31-01-17

Positief ouderschap

Alle gezinnen kunnen op een bepaald moment met stressvolle situaties te maken krijgen zoals overlijden van een ouder, werkeloosheid, verslechtering van de buurt of verandering van sociale omstandigheden die er voor zorgen dat de stabiliteit binnen het gezin uit balans raakt. Ouders kunnen problemen ervaren bij het terug oppakken van de ouderrol om de situatie de baas te worden. Dan kan het voor komen dat een gezin behoefte heeft aan ondersteuning bij opvoedtaken. In 2006 heeft een comité van de Raad van Europa een definitie opgesteld als aanbeveling van positief ouderschap die de basis is voor de opvoeding van het kind. Het verwijst naar ouderlijk gedrag in het beste belang van het kind, zodat het kind zich herkent en begeleidt weet om zijn vaardigheden tot volledige ontwikkeling te brengen. Opgroeien in een vreedzame en veilige omgeving is feitelijk de essentie van de aanbeveling. Vermoedelijk wil het comité het concept van de ouderlijke verantwoordelijkheid een positieve impuls geven, om de toekomst te verzekeren van vreedzame en verantwoordelijke burgers. Feitelijk gaat het om preventie; om het minimaliseren van risicofactoren; binnenlandse wanorde, gewelddadige buurten, huwelijkscrisis, armoede en werkloosheid. Onderzoek heeft al voldoende aangetoond dat er een aantoonbaar verband is, tussen geweld en verwaarlozing en problematisch gedrag en psychische problematiek. Opvoeden is voor veel ouders niet zo gemakkelijk als het lijkt. In Europa stijgt namelijk het aantal jongeren met depressie. Eetstoornis of andere psychische stoornissen onder jongeren nemen toe. Wat een toekomstige kostenpost inhoudt. Positief ouderschap baseert zich op familiaire relaties, op onderlinge binding en bonding. Deze relaties ontplooien zich sociaal en maatschappelijk binnen de context van ondersteunende netwerken zoals werk, familie, vrienden, buurt en de gemeenschap. Ondanks de verschillen in persoonlijk ouderschap en verantwoordelijkheid; zijn er een aantal algemeen geldende voorwaarden die positief ouderschap omvatten. Deze voorwaarden bevorderen het lichamelijk en geestelijk welzijn en de ontwikkeling van kinderen. Met name; een warme, beschermende en stabiele omgeving zodat kinderen zich geaccepteerd en geliefd te voelen. Een gestructureerde omgeving waar begeleiding en toezicht er voor zorgt, dat minderjarigen regels en waarden leren. Stimulering en ondersteuning om dagelijks naar school te gaan en hun leervermogen wordt aangemoedigd. Erkenning van hun interesses en bevestiging van hun ervaringen, zodat ouders echt betrokken raken bij hun preoccupaties en inspelen op hun behoeften. Onderwijs zonder geweld en uitsluiting van alle vormen van vernedering, zowel fysiek als psychisch. Lijfstraffen zijn een schending van het recht van het kind. Het Spaanse Ministerio de Sanidad, Servicios Sociales e Igualdad heeft het initiatief genomen door een website te ontwikkelen waarop zij informatie geven aan welke basisvoorwaarden een opvoeding dient de voldoen. Ouders kunnen zich aanmelden voor verschillende cursussen over het onderwerp. In Nederland en België bestaan eveneens dergelijke sites en cursussen. Het gaat de Europese regeringen niet alleen om de rechten van het kind. Zoals eerder aangehaald wordt steeds meer uitgegaan van ´evidence based´ informatie. Want opvoeding die gebaseerd is op wederzijds respect, verdraagzaamheid en begrip vereist ook materiële ondersteuning, informatie, advies en training om te onderwijzen en evenwichtige burgers te vormen. Hallo Weekblad 26 januari 2017; Bron: familiasenpositivo.org

03-01-17

Deeleconomie

¨Wie anderen helpt, helpt zichzelf¨ is een veelgelezen tegeltjeswijsheid en wil zeggen dat hulpvaardigheid loont. Pro-sociaal gedrag motiveert en geeft mensen betekenis aan hun leven; waardoor ze instaat zijn nauwe banden aan te gaan met anderen. Zeker in deze eindejaartijd is het uitnodigen van een ´gast aan tafel´ vaker te zien in publiciteitsacties van supermarkten en winkels. Lidl startte al weer enkele weken geleden de stoelaanzet-actie; een extra stoel bijzetten aan het diner, verhoogt de gezelligheid. Gast aan tafel, koken voor een zieke collega, een carpool organiseren via het internet en zonne-energie delen met je buren, allemaal zijn het voorbeelden van de participatiemaatschappij die de Europese regeringen willen zien van hun burgers. De zogenaamde deeleconomie, een ´feel good´ economie die voor iedereen toegankelijk is en waar geluk en blijheid voor iedereen zijn weggelegd. Het is een economie die het delen en collectief consumeren van onze overvloed mogelijk maakt. Je maakt plaats voor een vluchteling of een eenzame buur of verwelkomt een vakantieganger van Airbnb, die jouw appartement op waarde schat. De betrokkenheid van mensen bij kleinschalige initiatieven en hulporganisaties lijkt te groeien. Volgens de jonge Amerikaanse psycholoog Daryl van Tongeren heeft de financiële crisis er juist toe bijgedragen dat mensen hulpvaardiger zijn geworden en de noodzaak hebben ingezien van elkaar te helpen in plaats van individualistisch door te zetten. Met zijn Hope College onderzoekt hij, samen met anderen, het goede leven en het effect van anderen helpen. Zijn conclusie is eenvoudig: mensen die zeiden vaker voor een ander klaar te staan ervaren hun leven als zinvoller, dan anderen die dat niet deden. De positieve effecten zijn helder: het versterkt je zelfwaardering en gevoel van eigenwaarde. Want je voelt je beter over jezelf, je voelt je gelukkiger; dus ben je meer in staat een ander te helpen. Mensen voelen zich veiliger in een omgeving waarvan ze weten, dat de ander voor ze klaar staat wanneer het nodig is. Helpen voldoet ook aan de basisbehoeften van de mens; verbondenheid en autonomie worden versterkt waardoor je gevoel van competentie verbetert. Helpen sterkt dus je psychosociale identiteit. Nog beter wanneer de hulp meteen resultaat oplevert. De deeleconomie kent helaas ook een negatieve kant; namelijk de steeleconomie, op zijn Spaans ´Cleptocracía´. De negatieve kant van de deeleconomie is louter gericht op winst. Voorbeelden daarvan zijn Uber of Airbnb. Beiden koppelen mensen aan elkaar via hun applicaties; de een met vervoer, de ander met onderkomen. Maar beiden geven geen inkomensgarantie af of sociale verzekering. Met andere woorden; geen werk of geen toerist, geen inkomen. Hun monopolie is gewaarborgd. Voor de chauffeur of gastheer is de situatie precair; want ondanks dat deze zijn privébezit kan vercommercialiseren, blijft er een risico. De deeleconomie is maatschappelijk een megatrend en ontstaan vanuit de crisis waarbij mensen zich bewuster werden van wat ze al hadden en hoe ze die persoonlijke bronnen beter konden inzetten. Niets mis mee. Zelfredzaamheid en participatiemaatschappij zijn geweldige fenomenen en noodzaken ook tot oplettendheid. Hallo Weekblad 29-12-2016; Bron: Dr. Daryl R. Van Tongeren Hope College; Flow, nummer 8, 2016

27-11-16

Freuds IJsberg

Volgens Freud zijn mensen als een ijsberg waarvan slechts het topje te zien is. 10% is zichtbaar boven het water en het onderbewuste en onbewuste deel, beiden zo´n 90%, bevinden zich onder water. Alles wat zich onder water bevindt is het onderbewustzijn, verdrongen trauma´s, verlangens en dromen. Sigmund Freud, de vader van de psychoanalyse, was een neuroloog geboren in een arme Joodse familie in 1856 in de Tsjechische Republiek. Tot op de dag van vandaag heeft hij het denken over de psyche radicaal verandert met begrippen als narcisme, doodsdrift en Oedipuscomplex. Hij werd een van de meest invloedrijke en controversiële figuren uit de 20ste eeuw. Hij studeerde in Wenen en na zijn afstuderen als arts, richtte hij zijn onderzoek op verdovende middelen waaronder cocaïne. Hij wilde een verslaafde vriend helpen. Freud had een grote interesse in cocaïne en gebruikte het zelf ook. Hij verborg zijn enthousiasme niet. Verdovende middelen waren voor hem een manier om de geest te onderzoeken en hij had veel begrip voor de afhankelijkheid daaraan. Overigens is alleen bekend dat hij verslaafd was aan roken. In 1886 opende hij zijn eerste privékliniek waar hij hypnose toegepaste bij de behandeling van hysterie. Over de behandeling van Anna O. die leed aan hoestbuien, verminderde eetlust en gekke aanvallen van opgewondenheid heeft hij veel geschreven. Hij leidde haar symptomen terug naar de verstikkende omgeving waarin ze leefde en verklaarde haar gedrag gerelateerd aan seksualiteit. Hij gebruikte onder andere hypnose in de behandeling, dat hij had geleerd van zijn mentor Josef Breuer. Maar gaandeweg gaf hij de hypnose op en verving het door vrije associatie en interpretatie van dromen. Zijn boek ´De droomduiding´ uit 1899 is zijn meest belangrijkste en bekendste boek geworden. Het was een revolutionaire doorbraak van een nieuwe manier van begrijpen van de mens: de psychoanalyse. Hij ontdekte namelijk, het onderbewuste via dromen te kunnen onderzoeken en gebruikte niet alleen dromen en verhalen van zijn patiënten, maar ook van zichzelf. Hij kwam tot de ontdekking dat dromen het voortbrengsel zijn van bewuste en onbewuste verlangens en conflicten. Zijn doel was om die onderdrukte gedachten, gevoelens en verlangens uit het onbewuste te verplaatsen naar het bewuste. De verhouding tussen het bewuste en onbewuste wordt dus vaker vergeleken met een ijsberg. Het bewuste is zichtbaar. Het onderbewuste vertegenwoordigt het middenniveau (waarin bewust en onbewust bijeenkomen) en ligt samen met het on­be­wus­te on­zicht­baar on­der wa­ter. Met het onbewuste komen we enkel in contact via onze dromen; die al onze beschamende ervaringen, seksuele verlangens, angsten, gewelddadigheid, onderdrukte herinneringen en andere donkere gedachten herbergen. Tezamen vormen deze niveaus onze psy­che. Sigmund Freud was controversieel tot de laatste dag van zijn leven. In 1938 werd hij uitgeroepen tot een vijand van het Derde Rijk en moest naar Londen om te vluchten. Zijn boeken werden in het openbaar verbrand en enkele familieleden werden gedeporteerd naar een concentratiekamp. Hij stierf een jaar later als gevolg van een gehemelte kanker die zijn voorliefde voor snuiftabak had veroorzaakt. Een kleine krater op de maan is naar hem vernoemd. Hallo Weekblad 24 november 2016; Bron: El País, mei 2016