14-06-16

Fobisch

Angststoornissen zijn er in vele vormen: enkelvoudige fobieën, paniekstoornis, dwangstoornis, sociale fobie, PTSS, straatvrees. En zelfs binnen deze categorieën kan angst op verschillende manieren worden geuit. De overeenkomst tussen de verschillende angststoornissen is dat ze gekenmerkt worden door experiëntiële vermijding. Eenvoudig gezegd: het proberen te vermijden, controleren of veranderen van bepaalde innerlijke ervaringen.
Denken, voelen, herinneren, waarnemen, dromen, besluiten en plannen zijn allemaal innerlijke ervaringen die zowel positief als negatief hun uitwerking kunnen hebben en goede of slechte gevoelens teweegbrengen. Logisch dat innerlijke ervaringen die te maken hebben traumatische gebeurtenissen het liefst worden vermeden als ware het een fobie. Bij een fobie denken de meeste mensen aan iets in de buitenwereld dat hen angst aanjaagt, of waarvoor ze een enorme afkeer voelen; zoals kakkerlakken, spinnen of vliegen. Echter zijn er ook mensen die een fobie voor innerlijke ervaring hebben. Ze hebben angst voor gevoelens van verdriet of woede en raken in paniek als hun hart sneller klopt of wanneer de ademhaling even stokt. De huisarts schrijft dan vaak iets kalmerends voor en stelt de patiënt gerust. Iemand kan het eigen innerlijk als zo bedreigend ervaren dat hij of zij er alles aan doet die ervaring te vermijden zelfs als dat nadelige gevolgen heeft. Het nare gevoel wordt weggedrukt op alle mogelijke manieren om niet te hoeven voelen; pogingen om uitsluitend positief te denken, afleiding zoeken om vervelende situaties uit de weg te gaan, afreageren, rationaliseren of jezelf verdoven door alcohol- of drugsgebruik. De fobie voor de innerlijke ervaring kan zulke vormen aannemen dat iemand totaal buiten zichzelf gaat leven en soms zelfs suïcide verkiest als uiterste vorm van vermijding. Onverwachte triggers activeren keer op keer angst waardoor er steeds een gevoel van in-gevaar-zijn ontstaat. Angstgevoelens worden zo alleen maar groter. Soms slagen mensen er goed in, hun gedachten en gevoelens te controleren. Alleen lukt dit maar voor een beperkte tijd. Gevoelens zijn niet zomaar weg te drukken en komen steeds terug. Zoals een boksbal die je een mep geeft en als je even niet oplet krijg je hem daarna terug in je gezicht. Afleiding zoeken, positief denken of een avondje stappen is dan vaak geen goed idee. Het kan de moeilijkheden juist verergeren omdat de innerlijke beleving toch weer de kop opsteekt. Hoe positief je ook denkt, telkens volgt er weer een teleurstelling of erger het wordt een lijdensweg. Experiëntiële vermijding zoals een fobie voor innerlijke ervaring officieel wordt genoemd, kan juist alleen overwonnen worden door nare gevoelens toe te laten en een proces van aanvaarding aan te gaan. Anders gezegd; accepteren wat je niet kunt veranderen en de kracht vinden om dat te veranderen, wat je wel kunt veranderen. Gepubliceerd in HallWeekblad 9 juni 2016; Bron: Omgaan met traumagerelateerde dissociatie 2012, Boon, Steel, van der Hart

14-05-16

Chronische eenzaamheid

Iedereen kan chronische eenzaamheid krijgen. Een 12-jarig meisje dat naar een nieuwe school gaat; een jonge man die na het opgroeien in een dorp zich verloren voelt in de grote stad; een leidinggevende die het te druk heeft met zijn carrière en daardoor te weinig tijd heeft voor zijn vrienden; een weduwnaar voor wie het moeilijk is contact te maken met anderen omdat zijn echtgenote dat doorgaans deed. Het wijdverspreide gevoel van eenzaamheid komt in alle leeftijden voor en is momenteel onderwerp van verschillende internationale studies en publicaties. Volgens onderzoek blijkt dat een op de drie Europeanen zich vaak alleen of regelmatig eenzaam voelt. In 2012 werd in Nederland in opdracht van het Leger des Heils een onderzoek gedaan naar eenzaamheid. Hieruit bleek dat eenzaamheid een groeiend probleem is. Sinds 2008 is het percentage van mensen dat aangeeft eenzaam te zijn, gestegen met 5%. Uit het onderzoek blijkt ook dat jongeren van 18 tot 24 jaar zich vaker eenzaam voelen; en niet wat werd verwacht ouderen. Jongeren hebben veel vrienden op sociale media maar kennen niet het gevoel van verbondenheid. Wanneer je ze vraagt naar hun vrienden op Facebook zijn het er honderden en wanneer je ze vraagt wie er voor ze zorg als ze een been hebben gebroken blijven ze het antwoord schuldig. Sociale netwerken als Twitter, Instagram, Facebook en LinkedIn bieden fantastische mogelijkheden om interpersoonlijke relaties te verrijken maar kunnen natuurlijk nooit dienen als vervanging voor een menselijke ‘face-to-face’ relatie. Iemand die zich eenzaam voelt gedraagt zich meer vijandig, driftig, angstig en vertoont depressieve klachten zoals slechte concentratie, slaapproblemen, verstoorde eetlust en is minder in staat lichamelijk actief bezig te zijn. Wanneer de klachten langer duren dan een jaar, wordt gesproken van chronisch. Chronisch eenzame mensen hebben de neiging om voor niets of niemand meer moeite te doen. Het gevoel van isolement en sociale afwijzing verstoort niet alleen de denkcapaciteit en wilskracht, maar ook het immuunsysteem en is net zo schadelijk als obesitas of roken. Chronische eenzaamheid vermindert de levenskwaliteit en verhoogt de kans op overlijden met zo’n 26%. Mensen kunnen chronisch eenzaam worden om verschillende redenen. Eenzaamheid kan het gevolg zijn van hechtingsproblematiek als gevolg van gewelds- en misbruikervaringen; waardoor het contact met anderen als bedreigend wordt ervaren. Sociale eenzaamheid kan ontstaan doordat support, van familie en vrienden, is weggevallen door een scheiding of overlijden. Werkeloosheid kan leiden tot armoede en statusverlies waarvoor iemand zich schaamt. Emotionele eenzaamheid ontstaat wanneer het niet lukt gevoelens te delen met anderen en een intieme partner wordt gemist. Existentiële eenzaamheid kan ontstaan als gevolg van een traumatische ervaring waardoor het realiteitsgevoel is aangetast en zorgt voor veelvuldig piekeren over de redenen van het bestaan. Alhoewel spreken over eenzaamheid nog steeds moeilijk is en feitelijk taboe, hebben landen als Denemarken en Groot-Brittannië hulpprogramma's opgezet om het publiek bewust te maken van chronische eenzaamheid en zodoende een beter begrip voor het probleem te krijgen, alsook de gevolgen voor de volksgezondheid te verminderen. Gepubliceerd in Hallo Weekblad 12 mei 2016; Bron: John T. Cacioppo & William Patrick: Loneliness, 2009; www.eenzaamheid.info

18-04-16

Impuls

De meeste mensen hebben een natuurlijke ‘rem’ op hun impulsen en weten wanneer het nodig is te stoppen met te veel drinken, eten, gokken en boos zijn. Stoornissen in de impulscontrole is een groep psychische aandoeningen waarbij degene geen of weinig beheersing heeft van zijn natuurlijke impulsen. Bij verslavingen, boulimie, sommige seksuele stoornissen en nagelbijten, krabben, haren uittrekken gaat het om neigingen waartegen moeilijk weerstand kan worden geboden. Soms wordt gesproken over een gedragsstoornis want de problematische zelfbeheersing van emoties en gedrag staat centraal en kan diegene en of anderen schade aanrichten en conflicten veroorzaken met de autoriteiten. Allemaal verliezen we wel eens de controle over onze impulsen. Echter, voor sommige mensen is dit gebrek aan controle pathologisch. Zij zijn niet in staat te ‘remmen’. Er is een grote behoefte om stoornissen in de impulscontrole te begrijpen want brandstichting, diefstal, agressieve uitbarstingen, promiscuïteit en automutilatie zorgen voor veel onnodig leed. Vaak is een stoornis in de impulscontrole onderdeel van een andere psychische aandoening en dat maakt het zo moeilijk de diagnose vast te stellen. Wel is algemeen aanvaard dat de oorzaken van problemen in de impulscontrole te maken hebben met zowel neurologische als omgevingsfactoren; zoals het opgroeien in een dysfunctioneel gezin waarin o.a. sprake was van geweld. De behandeling bestaat over het algemeen uit medicatie en gedragstherapie. Wanneer we spreken over stoornissen in de impulscontrole spreken we feitelijk over stoornissen in verband met verlangen en wil. De wil impliceert dat er een besluit is in actie te komen, om een behoefte of een begeerte te bevredigen. Wanneer dit niet mogelijk is, vanwege een bepaalde situatie, stuit men op een hindernis of weerstand. Om toch de wil door te zetten en het besluit tot actie uit te voeren, is er wilskracht en of doorzettingsvermogen nodig. In het kader van impulscontrole waarbij de wil een belangrijke rol speelt, wordt gesproken van dwang en drang. Drang heeft een impulsief karakter en houdt een onbedwingbare neiging in waartegen geen verzet kan worden geboden en direct is gericht op behoeftebevrediging. Met andere woorden de neiging wordt slaafs opgevolgd, bijvoorbeeld iets stelen of drankzucht. Drang wordt dikwijls voorafgegaan door spanning en onlustgevoelens die door de actie worden ontladen, waarna er eerst ontspanning is en vervolgens gevoelens van schaamte en schuld optreden. Als dit keer op keer gebeurd gaat het om een ‘zucht’, een drang, want degene kan niet meer stoppen met drinken, stelen, drugs gebruiken of zich de haren uittrekken. Bij dwang gaat het om preoccupaties die meer of minder hardnekkig zijn, waarbij degene totaal wordt opgeslorpt of bezeten is van iets of iemand. Dwanggedachten, obsessies, zijn dwingend ondanks het bewuste verzet ertegen. De gedachten lijken zich van binnenuit op te dringen maar worden toch als iets idioots of absurds van buitenaf ervaren. Dwanggedachten zijn vaker gekoppeld aan dwanghandelingen en dwangrituelen, met als doel irrationele angst en vrees onder controle te krijgen. Bijvoorbeeld smetvrees kan gepaard gaan met veelvuldig schoonmaken en de handen wassen. Gepubliceerd in Hallo Weekblad 14 april 2016; Bron: Handboek psychopathologie deel 1, Prof. dr. W. Vandereycken