31-12-11

Eenheid & splitsing

Sigmund Freud, de vader van de psychoanalyse verdeelde de geestelijke en seksuele ontwikkeling van kinderen in verschillende fasen; de orale, anale, fallische, latentie en genitale fase. De fasen lopen synchroon met de leeftijdsontwikkeling van het kind. De orale fase is de fase, die zijn aanvang neemt in de baarmoeder tot en met een half jaar na de geboorte. Oraal betekent: door de mond. De baby leert het zogen aan de moederborst om gevoed te worden. Volgens Freud is de moederborst het eerste object van het seksuele verlangen van de baby en het zuigen is de eerste uiting van de seksuele drift. In deze periode is het noodzakelijk dat de baby een eenheid ervaart met de moeder. Door deze eenheidservaring leert de baby dat het volledig gewenst is en zal het zich innerlijk in geest en lichaam evenwichtig ontwikkelen. Dan vindt er geen splitsing plaats. Het is onderzocht en bewezen dat de ongeboren baby zintuiglijk waarneemt in de baarmoeder.
Wanneer de zwangerschap ongewenst is, kan de baby dit al in de baarmoeder voelen. Soms ontwikkelt de moeder na de geboorte een verborgen vijandigheid ten aanzien van het kindje; ze knuffelt het onvoldoende of laat het langer huilen dan nodig is voor het geven van de voeding. Ze wacht onnodig lang met het verschonen van de luier of wast het in een badje met te koud water. Allemaal manieren om te laten blijken dat ze het kindje feitelijk niet wilde. De afwijzingen worden onbewust bewaard in het innerlijk van de baby en hebben gevolgen voor de latere ontwikkeling. De baby ervaart deze afwijzingen als een bedreiging van zijn bestaan. Het zal misschien meer stil zijn dan normaal of meer spieren in zijn lijfje aanspannen. Eigenlijk ontwikkelt de baby een angst om te leven, een angst om er te zijn. Om te overleven zal het kind zich in zijn ontwikkeling innerlijk meer terugtrekken wanneer het een dreiging voelt; met andere woorden: een vluchtreactie in plaats van een vechtreactie gebruiken. Het vluchten gebeurt voornamelijk in de geest en maakt dat er een splitsing ontstaat tussen het lichaam, waarin wordt gevoeld, en de geest waarin wordt gedacht. De splitsing vormt een blokkade, die het kind belemmert om zich één in geest en lichaam te voelen en die het kind onbewust het verdere leven met zich meedraagt. In de karakterleer van Alexander Lowen is de ongewenstheid van het kind in de orale fase de oorzaak van een schizoïde karakterstructuur. In de volwassenheid trekken mensen met deze karakterstructuur zich terug in een innerlijke of spirituele wereld om toch gevoelens van veiligheid te kunnen ervaren. Wat veel (na-)denken tot gevolg heeft. Het spreekt voor zich dat het aangaan van intieme contacten voor deze mensen ook moeilijk is. Niet alleen maken ze zich graag onzichtbaar voor de buitenwereld, het idee dat er een ander is die hen aardig vindt is volledig onvoorstelbaar en niet invoelbaar. Mensen met een schizoïde karakterstructuur hebben over het algemeen een jeugdig voorkomen maar doen wat houterig aan. De splitsing is soms zelfs in het lichaam zichtbaar tussen de bovenkant en onderkant. Koude handen en voeten hebben ze gemiddeld vaker dan anderen. Meestal wordt er in de borst geademd en niet in de buik; ook hebben ze moeite om een ander recht in de ogen aan te kijken. Wel kennen deze mensen geldingsdrang en zijn ze uitermate creatief. Het zijn ook uitstekende observeerders. Waarschijnlijk hebben ze dat onbewust geleerd om geen irritaties bij de moeder op te wekken. Het zijn mensen die heel wat kunnen bereiken in hun leven wanneer ze gaan voelen dat ze volledig mogen zijn, die ze zijn, om te genieten van alles wat het aardse leven te bieden heeft.
Dit artikel werd geplaatst in Hallo Weekblad op 14 december 2011 
Bron: Alexander Lowen